Waar trendlijsten meestal één winnaar aanwijzen, zien wij het omgekeerde. Wie een muur inricht kiest niet meer één stijl, maar zet dingen naast elkaar die vroeger niet samen mochten. Dat is prettiger nieuws dan een voorschrift: je hoeft niets weg te doen om mee te gaan.
Rustig en natuurlijk
Lichte materialen, zachte tinten, en vormen die strak zijn zonder streng te worden. Er zit vaak één speels detail in — een blad dat uit de lijn loopt, een kleurvlek die niet past. Die uitzondering maakt het.
Aan de muur werkt dit met botanisch werk en met grafiek die het van vorm moet hebben, niet van kleur: Botanical Greens en Minimalist Art.
Grafisch en gestructureerd
Teruggehouden kleur, duidelijke lijnen, herhaling. Denk aan indelingen die je eerder in architectuur ziet dan in decoratie: rasters, blokken, een patroon dat consequent doorloopt.
Dit is de richting waarin het raster van een IXXI zelf al decoratie is. Geometrie en abstractie horen hier: Abstract en Pixels.

Durven verzamelen
De tegenhanger van de twee hierboven. Een wand als verzameling in plaats van als compositie: iets ouds naast iets nieuws, een felle kleur naast een klassiek werk, iets eigenzinnigs ertussen omdat het je aan iemand doet denken.
Dit vraagt de meeste durf en levert de meest persoonlijke wand op: Pop Culture en Power of Color.

Hoe kies je hiertussen?
Niet, is het eerlijke antwoord. Kies de richting die bij de rust van de ruimte past en haal één element uit een van de andere twee. Een strak botanisch raster met één verzamelstuk ernaast doet meer dan drie richtingen die om aandacht vechten.
Waarom aanpasbare wanddecoratie
Je klikt lichte, scheurvaste kaarten met X-connectors aan elkaar en hangt ze op zonder boren. Formaat en ontwerp bepaal je zelf. Bij een jaar waarin richtingen naast elkaar bestaan komt dat goed uit: drie stijlen combineren is minder riskant als je ze later kunt omwisselen.











